Indexering alimentatie 2016 vastgesteld op 1,3%

Indexering alimentatie 2016 vastgesteld op 1,3%

Ingevolge de wet, artikel 1:402a BW, dient kinder- en partneralimentatie jaarlijks te worden verhoogd met een door de overheid vastgesteld indexeringspercentage. De hoogte van het indexeringspercentage is afhankelijk van de economische ontwikkelingen en wordt ieder jaar opnieuw bepaald. Het indexeringspercentage voor 2016 is vastgesteld op 1,3%. Met ingang van 1 januari 2016 dient de te betalen kinder- en partneralimentatie dan ook te worden verhoogd met 1,3%.

Indien de te betalen bijdrage niet wordt verhoogd met het indexeringspercentage, heeft de alimentatiegerechtigde de mogelijkheid om deze verhoging met terugwerkende kracht, tot 5 jaar terug, te incasseren. Indien de indexering enkele jaren niet wordt nageleefd, kan dit dus tot een hoge vordering leiden. De alimentatiegerechtigde heeft niet de plicht om de alimentatieplichtige erop te wijzen dat de indexering moet worden toegepast. De alimentatieplichtige moet dus zelf, ook indien hij daartoe geen verzoek heeft ontvangen, de te betalen bijdrage met ingang van 1 januari verhogen.

Wilt u weten of voor uw situatie de kinderalimentatie en/of partneralimentatie nog wel up-to-date is? VZ Advocaten biedt u de mogelijkheid om uw alimentatie te laten herberekenen en een schriftelijk advies te krijgen voor een vast bedrag van slechts € 250,- (excl. btw). Neem voor meer informatie hierover contact met ons op.

De Hoge Raad beslist over de wijze waarop kinderalimentatie vanaf 9 oktober 2015 dient te worden berekend. Heeft dat gevolgen voor uw situatie?

De Hoge Raad beslist over de wijze waarop kinderalimentatie vanaf 9 oktober 2015 dient te worden berekend. Heeft dat gevolgen voor uw situatie?

De Hoge Raad heeft op 9 oktober 2015 geoordeeld dat bij de vaststelling van de door de ouders verschuldigde alimentatie voor hun minderjarige kinderen het kindgebonden budget, inclusief alleenstaande ouderkop, niet in aanmerking worden genomen bij de bepaling van de behoefte van het kind. Dit, in tegenstelling tot de berekeningswijze zoals deze vanaf 1 januari 2015 en tot 9 oktober 2015 werd geadviseerd. Het kindgebonden budget inclusief alleenstaande ouderkop moet, volgens de Hoge Raad, worden meegeteld in de berekening van de draagkracht van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt.

 

Zie voor de onderbouwing van de Hoge Raad de volledige uitspraak .

 

Wilt u weten of dit gevolgen heeft voor uw situatie, bijvoorbeeld als u tussen 1 januari en 9 oktober 2015 een bijdrage voor de kinderen opnieuw heeft laten berekenen, neem dan vrijblijvend telefonisch contact met ons op.